|
Ruim een jaar na het begin van de kredietcrisis
Het terugtrekken van geld uit diverse beleggingen betrof niet alleen aandelen. Ook onroerend goed, diverse andere waardepapieren en allerlei soorten investeringen kregen hiermee te maken. Hierdoor ontstond een enorm gebrek aan geld (liquiditeit). Beleggingsfondsen werden overstelpt met verzoeken tot opname. Dat beperkte zich niet alleen tot fondsen die het slecht deden. Juist fondsen die wisten te profiteren van de kredietcrisis moesten er aan geloven. Om aan die verzoeken te voldoen moesten fondsen alles wat te gelde gemaakt kon worden verkopen. Soms met dramatische gevolgen. Met name fondsen die in aandelen beleggen hadden het zwaar te verduren. Aandelen zijn immers dagelijks verhandelbaar. Door te verkopen lopen de fondsen leeg. Daarnaast dalen de aandelenkoersen ook nog eens verder. Voor fondsen die in minder liquide beleggingen zitten zoals onroerend goed maar ook allerlei andere typen beleggingen is dit niet zo eenvoudig. Zij moesten overgaan tot opschorting omdat ze te maken hebben met vaste looptijden van onderliggende contracten. Echter ook liquide fondsen besluiten steeds vaker tot opschorting. Het verkopen van beleggingen tegen dumpprijzen schaadt immers ook de belangen van beleggers die in het fonds blijven.
|